Menu
Commissie tikt lidstaten op vingers die richtlijn sociale dumping niet volgen

Commissie tikt lidstaten op vingers die richtlijn sociale dumping niet volgen

- Bron: De Standaard (Beirlant)
Sociale Zaken
3 min. leestijd

Liefst veertien lidstaten zijn niet op tijd met de omzetting in nationale wetgeving van de nieuwe detacherings­regels.

De richtlijn was het grote succes van Marianne Thyssen, die in de vorige Europese Commissie bevoegd was voor Sociale Zaken. Gelijk loon voor gelijk werk op ­dezelfde plaats: dat moest helpen om sociale dumping en oneerlijke concurrentie beter aan te pakken. De 27 lidstaten hadden uiterlijk tot 30 juli 2020 de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving en die mee te delen aan de Commissie.

"Het is een ­belangrijk wapen in de strijd tegen sociale dumping. Gedetacheerde werknemers moeten volgens deze richtlijn vanaf hun eerste dag hetzelfde verdienen als werknemers uit de lidstaat zelf." Cindy Franssen

Maar op een parlementaire vraag van Europarlementslid ­Cindy Franssen (CD&V) antwoordde de Commissie dat ze inbreukprocedures heeft ingeleid tegen veertien lidstaten die de nieuwe detacheringsregels niet of slechts gedeeltelijk hebben omgezet. Het gaat om Oostenrijk, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, ­Denemarken, Finland, Griekenland, Ierland, Letland, Luxemburg, Portugal, Slovenië en Spanje.

Gelijk loon, gelijk werk

‘Deze richtlijn is cruciaal om het principe “gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats” te bereiken’, aldus Franssen. ‘Het is een ­belangrijk wapen in de strijd tegen sociale dumping. Gedetacheerde werknemers moeten volgens deze richtlijn vanaf hun eerste dag hetzelfde verdienen als werknemers uit de lidstaat zelf. Dit gaat niet ­alleen over het loon, maar ook over bijkomstige vergoedingen zoals de dertiende maand.

‘Het is positief dat de Commissie de koe bij de horens vat en meteen de lidstaten aanmaant om de richtlijn om te zetten’, aldus ­Franssen. ‘Zo’n systeem kan alleen werken als alle lidstaten deel­nemen. Bovendien is het niet meer dan normaal dat de lidstaten, die de richtlijn trouwens mee goedkeurden in de Raad, deze EU-wetgeving tijdig omzetten in nationaal recht.’ De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de ­Commissie een uitgebreid antwoord te geven. Als die landen hun wetgeving niet aanpassen, kan de Commissie hen formeel verzoeken dat wel te doen. In het ergste geval kan de zaak voor het Europees Hof van Justitie gebracht worden, met boetes en een veroordeling als ­mogelijke sancties.

Bron: De Standaard 27.11.2020 - Auteur Bart Beirlant

Meest gelezen
© 2021 Cindy Franssen