Menu
Mijn kijk op economic governance

Mijn kijk op economic governance

Tijdens de economische en financiële crisis van 2008 werden overheden door de Europese begrotingsregels gedwongen over te gaan tot een te strenge - zo bleek achteraf - besparingspolitiek. De financiële broeksriem werd aangespannen, met een sociaal bloedbad tot gevolg.

Onze aanpak van de recentere crisissen was heel wat beter. Dankzij de activering van een tijdelijke ontsnappingsclausule kwamen de lidstaten onder de te strenge besparingsregels uit. Hierdoor konden overheden investeringen doen om de impact van de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis voor iedereen te verkleinen. Blind besparen maakte plaats voor investeren. Meer dan terecht, uitzonderlijke omstandigheden vragen uitzonderlijke maatregelen. Nu die ontsnappingsclausule dit jaar ophoudt te bestaan, dreigen we echter terug in het oude, rigide kader terecht te komen. We moeten ten alle tijde vermijden dat we nog eens dezelfde fout maken. Daarom werken we op dit moment aan nieuwe, sociaal rechtvaardige Europese begrotingsregels.

Voor mij is sociaal rentmeesterschap cruciaal. Dit betekent uiteraard dat we enerzijds onze begroting en onze staatsschuld op orde moeten krijgen om onze kinderen en kleinkinderen niet op te zadelen met torenhoge schulden. Tegelijk mogen we anderzijds ook niet terug hervallen in een blinde besparingspolitiek. Het spreekt voor zich dat een gezond budgettair beleid niet ten koste mag gaan van een sterke sociale zekerheid, een goede zorgsector of duurzaam beleid om de klimaatdoelstellingen te halen.

De tekst die vandaag voorligt in het Europees Parlement biedt het kader om hiervoor te zorgen. Het is een goed akkoord, bereikt binnen de zogenaamde Von der Leyen-coalitie van christendemocraten, liberalen en socialisten. Dankzij ons werk in de commissie werkgelegenheid en sociale zaken is er  een sterk sociaal luik aan toegevoegd. Met de introductie van een sociaal convergentiekader krijgen we in de toekomst voor het eerst een echt sociaal Europees semester. In hun nationale begrotingsplannen zullen lidstaten verplicht worden om negatieve sociale gevolgen te identificeren en te vermijden. Er komt meer ruimte voor sociale investeringen om de Europese Sociale Pijler effectief te implementeren. De nieuwe regels zetten sociaal beleid op gelijke voet met budgettair beleid. Een aardverschuiving in vergelijking met de oude regels.

Naast de aandacht voor sociale rechtvaardigheid voorziet het akkoord ook in een landenspecifieke aanpak en in de nodige uitzonderingen. Daarbij wordt er ook overgegaan naar een meerjarige aanpak, waarbij schuldreductie over een langere periode wordt bekeken, eerder dan de huidige jaarlijkse begrotingsdoelstellingen. Dit geeft extra ruimte voor investeringen gelinkt aan klimaatdoelstellingen, de uitbouw van de sociale pijler, digitalisering of defensie. Het Parlement vraagt dus nog een verdere versoepeling van de regels, gekoppeld aan meer aandacht voor de verschillende startposities van de lidstaten. Geen eenheidsworst, wel ruimte voor landen om regels op maat te maken. Tegelijk blijft de mogelijkheid bestaan voor overheden om in tijden van nieuwe economische crisissen meer te investeren dan hun begroting normaal zou toestaan. Zo leren we van onze ervaringen van de laatste jaren. 

Als we het compromisakkoord van het Europees Parlement nu verwerpen, verliezen we kostbare tijd die ertoe zou leiden dat we deze legislatuur geen akkoord meer kunnen bereiken. Dit zou natuurlijk naar de zin zijn van populisten, zij willen helemaal geen Europees kader. Tegelijk is de kans groot dat een nieuw Parlement na de verkiezingen in juni tot een minder sociale tekst zou komen. Uitstel van onderhandelingen zou betekenen dat we per direct terug naar oude Europese begrotingsregels gaan, die veel te weinig rekening houden met de sociale en duurzame uitdagingen van deze tijd. Door de besparingen die in verschillende lidstaten voor de deur staan zouden we al snel terugvallen op oude recepten die geen ruimte laten voor sociale inspanningen. Ook in België zouden we op die manier in de tweede helft van 2024 nieuwe regeringen krijgen die voor onmogelijke besparingen komen te staan binnen een oud, te rigide kader.

Om niet te moeten snoeien in sociale uitgaven, is een eerlijke fiscaliteit met een strenge aanpak van fiscale fraude broodnodig. Minister van Financiën Van Peteghem gaf vorige maand alvast het goede voorbeeld door de invoering van een minimumbelasting van 15 procent voor multinationals. In de komende maanden en jaren zullen we op alle beleidsniveaus blijven verder werken om belastingontwijking en fraude harder aan te pakken, zodat iedereen eerlijk hun deel bijdragen.

Concluderend kunnen we stellen dat deze tekst de mogelijkheid biedt om een sociaal rechtvaardig begrotingsbeleid in te voeren. Iets wat in het verleden niet kon. De noodzakelijke schuldenafbouw mag niet gepaard gaan met een achteruitgang van de sociale welvaart. Daarom moeten nationale begrotingsplannen sociaal en toekomstgericht opgesteld worden. Tegelijk krijgen overheden meer tijd om hun financiën geleidelijk aan op orde te krijgen, met de nodige flexibiliteit en de mogelijkheid om in tijden van crisis te investeren. Een dergelijk beleid herhaalt de fouten uit het verleden niet. Dit onderhandelingsmandaat niet goedkeuren doet dat wel.

 

 

Meest gelezen
© 2024 Cindy Franssen